11 Vier elementen en de Wet van Schaal

Het Scheppingsproces zoals beschreven in hoofdstuk 9 is een metafoor. Er wordt niet ingegaan op de verschillende onderdelen die geschapen worden. Uit de Wet van Een, Drie en Zeven volgen nog vele andere wetten. Maar het principe dat toegepast wordt bij het scheppen van deze wetten en uiteindelijk het gehele Universum is volgens de filosofie van de Enneasteen steeds hetzelfde. En die principes gelden voor de allergrootste en de allerkleinste dingen. En er zijn op elk niveau steeds oneindig veel combinaties te maken. Dit is de Wet van Schaal. Zo ontstaat het totale Universum. In relatie tot de Tetractys noemden de Pythagoreërs dit het mengen, combineren en transformeren van de vier elementen.

Eerst nemen we de betekenis en plaatsing van de vier elementen in de Enneasteen door. Dan bespreken we het systeem van transformeren van de vier elementen. Onderweg kijken we, als zijstapje, naar de Scheppingsstraal afkomstig van Gurdjieff. Deze Scheppingsstraal heeft een relatie met de Scheppingsmythe van hoofdstuk 9. Ze benoemt (net als in Genesis) concreet welke delen van de Schepping in welke volgorde zijn ontstaan.

11.1         De kubus: zes vlakken en vier elementen

Tot nu toe hebben we maar drie van de facetten van de octaëder belicht, vanuit de punten drie, zes en negen. De contouren van de kubus die we hebben verkregen kunnen we aanvullen met nog vijf Tetraëders. Deze vormen de vijf nog missende hoekpunten van een complete kubus. De ribben van de kubus zijn in de leer van Pythagoras verbonden met de vier kosmische elementen Lucht, Water, Vuur en Aarde. Figuur 11.1a geeft de plaatsing van de elementen in de kubus weer. De elementen hadden in de oudheid een hoger en een lager deel. Het hogere stond voor het geestelijke en het lagere voor het wereldse. In de kubus van figuur 11.1a vormt de bovenkant ABCD het geestelijke en de onderkant EFGH het wereldse. Feitelijk zijn er dus acht verschillende subelementen.                                

 Figuur 11.1a: Elementen in de kubus (JG)

Lucht en Vuur worden Apollonisch genoemd. Water en Aarde Dyonisisch. De betekenis is als volgt [4] [7] [10] [44]:

Lucht

Noord. Lucht staat als het in verbinding staat met Binden voor ons menselijke denken, geometrie en mentale expressie. Dit denken bestaat uit de fijnste vorm van stof. Als het verbonden is met het beginsel Scheppen dan staat het voor het contact met het hogere of intuïtie, de bron van de werkelijke scheppende kracht. In een proces staat Lucht voor het werkwoord inbrengen.

Vuur

Oost. Vuur staat voor bezieling, enthousiasme, begeerte en emotie, soms geassocieerd met het Astrale lichaam, of – indien verbonden met Scheppen – ons hogere gevoel zoals “niet persoonlijke” liefde en mededogen. Verbonden met lucht en aarde staat het voor geloof. In het proces staat Vuur voor het werkwoord fixeren of binden.

Water

West. Water staat voor heling, verkoeling en verzachting van het gevoel. Als dit verbonden is met het beginsel Binden dan is het de grondslag van het feitelijke leven. Verbonden met Scheppen vertegenwoordigt het de krachten van onze geest, een gebied waar we weinig over weten. Verbonden met lucht en aarde staat het voor de Heilige Geest. In een proces staat Water voor het werkwoord formeren of scheppen.

Aarde

Zuid. Aarde is het element dat praktische vermogens en de materiële wereld symboliseert, indien het verbonden is met het beginsel Binden. Als het met het scheppende beginsel verbonden is dan symboliseert het ons voorstellingsvermogen. Hier hoort in het proces het werkwoord realiseren.

De relatie tussen het Enneagram en de vier elementen is tot nu toe onbekend geweest. De vertaling van de negen punten via de zes aspecten naar de vier kosmische elementen is dus een doorbraak in het zoeken naar de betekenis van de Steen der Wijzen. Het koppelt twee tot nu toe losstaande ver uitgewerkte stelsels direct controleerbaar en dus corrigeerbaar aan elkaar, en verbindt zoals we nog zullen zien de astrologie via de Enneasteen aan het Enneagram. De vier elementen hebben ieder een eigen symbool. In oude geschiften zijn deze overal terug te vinden, zoals in onderstaande tekening (figuur 11.1b) uit 1622. De bovenste symbolen zijn aan het Egyptische dodenboek ontleend. De katachtige is een leeuw welke voor Vuur staat. Deze dient niet als panter gezien te worden. De panter staat voor Tefnu, een Egyptische god die verbonden is met Water. De rechtoplopende figuur is een grof getekende man of aapmens (Aarde). Wellicht stelt het een Dudaïm voor, een uit een wortel gesneden man die verband houdt met vruchtbaarheid, liefde en dualiteit[45].

Figuur 11.1b: De vier elementen, J.D. Mylius, Philosophia Reformata 1622

Als we de symbolen van de vier elementen op de Enneasteen proberen te passen dan blijkt dat deze de facetten vormen van de octaëder, met de volgende nummering (figuur 11.1c):

Figuur 11.1c: De elementen en de positie in de Enneasteen (JG)

De symbolen Lucht, Vuur en Water vormen de basis van de Tetraëders die door de impulsen gevormd worden. Dit is eenvoudig te controleren in figuur 11.1d rechts waarin we de Tetraëders hebben uitgelicht. Het element Aarde (aan de achterkant, niet zichtbaar) is niet verbonden met een impuls maar vertegenwoordigt het eindresultaat van het toepassen van de Wet van Drie en Wet van Zeven. Dit kunnen we bij de toonladder relateren aan de lage Do. Zo blijken de symbolen verborgen betekenis te dragen die alleen te ontcijferen is als we de architectuur van de Enneasteen kennen! We verkrijgen uit de posities van de elementen de volgende relaties:

Koud (1)                 -> Lucht en Aarde 

Nat (2)                    -> Lucht en Water  

Scheppen (4)          -> Aarde en Water

Binden (5)              -> Water en Vuur

Droog (7)                 -> Vuur en Aarde  

Warm (8)                 -> Vuur en Lucht   

We hebben door de symbolen die omhoog of omlaag wijzen meteen een indicatie van het relevante niveau van de elementen, want zoals eerder gesteld hebben we twee niveau’s. Dit is de sleutel tot de betekenis van de vier nog onbekende andere facetten. Hier komen we op terug bij de toepassing van het stijgende octaaf. Het dalende octaaf lezen we in de normale volgorde van het Onze Vader en in volgorde van de symbolen van de vier elementen van rechts naar links en dat gaat als volgt (zie figuur 11.1d)

Impuls op 9 (A): hoge Lucht

Impuls op 3 (F): laag Water

Impuls op 6 (C): hoog Vuur 

Resultaat op (H): lage Aarde

Figuur 11.1e: Relatie impulsen, elementen en niveau (JG)

Figuur 11.1e: Relatie impulsen, elementen en niveau (JG)

We kijken aan de hand van figuur 11.1e nog even naar de relatie tussen het externe procesmodel (1-2-3-4-5-6-7-8-9) en de kosmische elementen, om te controleren of het geheel klopt. De met elkaar conflicterende elementen Water en Vuur vragen om een bindende tussenstap, dit is precies de eigenschap van punt 5). Het scheppen van punt 4) vergt alle ingrediënten, aanwezig op het ondervlak EFGH, en het resulterende evalueren op punt 8) gebeurt aan de hand van diezelfde elementen op een hoger plan (het bovenvlak). We kunnen stellen dat het procesmodel en de kosmische elementen met elkaar kloppen, en kunnen verder bouwen.

Zoeklicht op de kubus: zes vlakken, zes kleuren De zes vlakken zijn met een kleur gecodeerd. Dit is eenvoudig te zien als we de kubus in het platte vlak tekenen. Onderstaande figuur 11.1f is een weergave van de uitgeklapte kubus, welke een kruis vormt. De kleuren van de vlakken zijn kloppend met de bijbehorende zes aspecten koud (1), nat (2), scheppen (4, binden (5), droog (7) en warm (8). Aardig is dat rechts Water staat en links Vuur, als tegenovergestelde armen van een kruis. Bovendien staat bovenaan paars en onderaan geel en groen. Eerder hebben we gezien dat paars voor het hogere idee staat, en geel en groen voor de wording van het fysieke. In het hart bevindt zich het rode vlak, symbolischer kan vrijwel niet. Hiermee is het meteen een model van de mens.
Figuur 11.1f: Uitgevouwen kubus met Enneasteen kleurcodering (JG)

11.2             De volgorde van de vier elementen

De volgorde van de elementen is belangrijk. Als we er twee omwisselen dan kan de uitleg van het systeem dat daarop voortborduurt mis gaan. Dit is ook veelvuldig gebeurd. Eerder hebben we de volgorde en relaties van de zes aspecten gecontroleerd. De Enneasteen hanteert de volgorde Lucht, Water, Vuur, Aarde. Deze volgorde wordt bevestigd vanuit de Griekse en Egyptische godenwereld. De Middeleeuwse non, theologe en mysticus Hildegaard von Bingen heeft rond 1150 na Chr. een tekening gemaakt (figuur 11.2) waarin de mens in Lucht is geplaatst. Dit geheel is omgeven door Water en vervolgens door een Vuurkrans. Het geheel wordt gadegeslagen door een oud mannenhoofd met een baard op een bruine achtergrond. Dit klopt alleen met de volgorde Lucht-Water-Vuur-Aarde als we de afgebeelde mens als een complete Adam zien, passende op Lucht.                

De tekening kan óók opgevat worden als een Aardse mens die omgeven wordt door Water en Vuur. De man met de baard stelt dan God voor. We hebben dan de volgorde Aarde-Water-Vuur-Lucht. Maar de oude man kijkt zorgelijk, terwijl de mens in het midden een zekere gelukzaligheid en jonge perfectie uitstraalt. We moeten dus goed opletten! In de middeleeuwen zijn Water en Vuur wel verwisseld omdat een Leeuw (Vuur) en een Panter (Water) niet altijd goed te onderscheiden zijn. Maar er kunnen ook dieper liggende oorzaken zijn voor deze omwisseling. Maurice Nicoll, psycholoog en leerling van Gurdjieff en Jung, heeft in zijn indrukwekkende boek “De Nieuwe Mens” [36] over de diepere betekenis van de Bijbel geschreven. Hij stelt dat de Aardse mens geen rechtstreekse toegang heeft tot de Heilige Geest (Water) die het hogere Goede in ons bewerkstelligt. De mens dient eerst Waarheid (Vuur) te verwerven om zo toegang tot het Goede te krijgen. Maar het Goede is vervolgens boven de Waarheid gesteld. De volkomen mens handelt niet uit de Waarheid maar uit het Goede. Er vindt een omkering plaats. Het laatste komt als eerste! Hij stelt:

“Zij voerden van de waarheid naar een zeer bepaalde staat van de mens waarin hij niet langer handelt uit de waarheid welke hem tot dit niveau heeft opgevoerd, maar uit dit niveau zelf. Dit werd soms het goede genoemd. Alle waarheid moet als einddoel ervan leiden tot een staat die goed is.”

Ook Efeziers 3:17-19 geeft aan dat de liefde de kennis teboven gaat.

11.3         Relatieve betekenis van de vier elementen

We hebben uit de eerder besproken Tetractys de betekenis overgeleverd gekregen van de vier onderste punten 3), 4), 5), 6) die op zichzelf staan voor Lucht, Vuur, Water en Aarde. Dit kan voor verwarring zorgen omdat ze anders lijkt dan de vier ribben van de kubus die óók Lucht, Water, Vuur en Aarde als betekenis hebben. De oplossing is eenvoudig en kan worden gevonden door de elementen van de Tetractys niet letterlijk maar als logische verbanden te nemen.

# ‎11‑1 De vier kosmische elementen vormen een beschrijving van de relatieve relatie tussen de verschillende punten in de Enneasteen.

We werken dit hieronder uit. We nemen eerst alleen de impulsen. Daarna nemen we alle punten op de buitenlijn.

Alleen de impulsen (Wet van Drie)

We bekijken punt 9) als start, vervolgens de punten 3) en 6) en  ten slotte als einde 9). Punt 3) gedraagt zich als Water ten opzichte van startpunt 9) Lucht. Punt 6) gedraagt zich als Vuur ten opzichte van punt 3). Eindpunt 9) gedraagt zich ten slotte als Aarde ten opzichte van 6).

Alle punten (Wet van Drie plus Wet van Zeven)

Als we al de negen buitenpunten bekijken dan komen we drie series van vier tegen. Punt 9) gedraagt zich als Lucht ten opzichte van punt 1), welke zich als Water gedraagt ten opzichte van 2). De 2) gedraagt zich weer als Vuur en de 3) als Aarde. Zo drukt de Tetractys een serie van betekenissen uit:

9) Lucht wordt 3) Water via de stappen 9) Lucht 1) Water 2) Vuur 3) Aarde

3) Water wordt 6) Vuur via de stappen 3) Lucht 4) Water 5) Vuur 6) Aarde

6) Vuur wordt 9) Aarde via de stappen 6) Lucht 7) Water 8) Vuur 9) Aarde

9) Aarde is het eindproduct 9) Aarde.

We hebben bij de Tetractys zo een driehoek met drie keer de werkwoorden van de vier elementen (figuur 11.3):

Figuur 11.3a: De vier elementen als werkwoorden (JG)

Wat opvalt in figuur 11.3a is dat de binnenlijnen alleen Water en Vuur bevatten. Zo lijkt het gehele systeem te zeggen dat de materiële werkelijkheid de vereniging van Water en Vuur is. Maar deze vereniging leidt tot het doven van het Vuur en tot het verdampen van het Water en dus is het een gasvormige ofwel geestelijke illusie! Dit past prima op de zes dimensies van Ouspensky. De illusie van tijd zoals wij die beleven komt erin naar voren!

Zoeklicht op de vier elementen in diverse systemen In het oude Egypte, maar ook in Perzië en in andere culturen die van daaruit beïnvloed zijn, werden de vier elementen uitgedrukt door de mens (Water), het ploeterende rund (Aarde), de adelaar (Lucht) en de leeuw (Vuur). De Sphinx, als symbool duizenden jaren oud, drukt dit uit via het mensenhoofd op een stierenlichaam, vleugels van de adelaar en staart en ledematen van een leeuw. In het Egyptische Dodenboek kwamen we eerder de zelfde symboliek tegen als representanten van de vier windstreken. In de hedendaagse astrologie, met haar Egyptische en Chaldeese wortels, hebben alle dierenriemtekens een verbinding met de vier elementen. Figuur 11.3b: Sphinx, Paleis van Darius de Grote, Iran De vier elementen vinden we ook terug in de Bijbel. In Ezechiel 1:1-28 (ca 600 v. Chr) en ook in Daniël en Openbaring 4 is sprake van visioenen van Cherubs, vier wezens met vier gezichten (stier, mens, leeuw en adelaar) die op draaiende wielen staan. De wielen zelf hebben ogen op de velg en bestaan uit twee wielen die door elkaar heen als een kruis in elkaar haken, zodat ze op hun plaats draaien. De wezens zijn met vleugels aan elkaar verbonden en boven hen is een verblindend kristallen plafond te zien. Daarachter is God te vinden, herkenbaar als een regenboog (zie ook Openbaringen 4:7). Bij diverse teksten wordt het doorgronden van de diepere betekenis ondersteund door het toepassen van de volgorde van de vier elementen. Maar soms worden we daarbij op een dwaalspoor gezet. In 1 Koningen 19 wordt over de profeet Elia verteld. Aan Elia verschijnt eerst een harde windstoot die rotsen vernietigt (Lucht). Dan volgt een aardbeving (Water) en een Vuur. Ten slotte volgt een stille bries waarna de Heer fysiek hoorbaar is. We zouden een aardbeving eerder aan Aarde dan aan Water koppelen. Toch is Water juist. Bij sommige vormen van aardbeving, zeker bij zandgrond, gedraagt de Aarde zich door trilling als een vloeistof (liquefactie). Poseidon was in het oude Griekenland de god van de zee en de aarbevingen. Soms is kennis van allerlei dwarsverbanden vereist om een tekst goed te kunnen doorgronden. Een klein stukje verder in 1 Koningen komen we bijvoorbeeld een leeuw tegen die een profeet doodt omdat deze de Wil van God niet doet. We hebben eerder het “Uw Wil geschiede” op punt 4 geplaatst. De leeuw staat voor Vuur, en Gij zult niet doden op 5. In hoofdstuk 17.6 wordt  een uitgebreid voorbeeld uitgewerkt rond de profeet Nahum. Ook in het Nieuwe Testament zijn de vier elementen te vinden. Bij de geboorte van Jezus werden de vier elementen bijeengebracht. De Wijze uit het oosten staat voor Water, mirre vertegenwoordigt het element Aarde, het goud staat voor Lucht en wierook staat voor Vuur. Jezus is gekomen om Vuur op de Aarde te werpen. Dit Vuur staat voor geloof. In het bekende verhaal waarin Jezus over het water loopt worden de vier elementen uitgebeeld via een berg (Aarde), het meer (Water), een geest (Vuur) en de overkant van het meer (Lucht). Als Petrus ook op het water probeert te lopen zakt hij weg. Hij is te zwaar. Water staat dan ook voor Heilige Geest. Het systeem van de vier elementen duikt ook later in de tijd steeds weer op. Bijvoorbeeld in de Christelijke kerktraditie. In de tweede eeuw heeft de bisschop van Lyon een rol gespeeld in het vaststellen welke evangeliën in de Bijbel thuis horen, en welke ketters zijn. Hij koos er vier. Hij gebruikte als argument onder andere het feit dat er vier windrichtingen ofwel elementen zijn. Als we de waarde van de elementen niet kennen dan is dat een bizar argument. De middeleeuwse Magiërs gebruikten kwik en zwavel om de vier elementen uit te drukken [3]. Kwikdamp voor Lucht, vloeibaar kwik voor Water, zwavelpoeder voor Vuur en zwavelkristallen voor Aarde. Ook Ether werd gebruikt, als vijfde element, waarin het hogere uitgedrukt werd. We kunnen dit relateren aan het Absolute.

11.4         Het octaaf als transformator van de vier elementen

Het octaaf kan aan de vier elementen gekoppeld worden via de Tetractys. Onderstaande afbeelding 11.4 links geeft de plaatsen van de noten in de complete Tetractys weer. In de figuur rechts zien we nogmaals de reeksen van de vier elementen.  

Figuur 11.4: Complete Tetractys met octaaf links en elementen rechts (JG)

Elke reeks vertegenwoordigt een transformatie van een fijner naar een grover element. Lucht is het fijste en Aarde het grofste element. Als we het octaaf met de elementen combineren dan verkrijgen we het octaaf als keten van transformaties. Het resultaat staat in tabel 11.4. Er wordt gestart bij het Absolute (Ether).

Stap/toonKosmisch ElementKosmisch Product
DoAbsoluteEther
SiWater 
LaVuur 
IntervalAarde, LuchtWater
SolWater 
FaVuur 
IntervalAarde, LuchtVuur
MiWater 
ReVuur 
Do, intervalAarde, LuchtAarde, Lucht
SiWater 
etcetcetc

Tabel 11.4: Transfomaties van de vier elementen (JG)

De middeleeuwse Alchemisten kenden het bovengenoemde systeem niet meer. Ze wisten wel dat de elementen veranderlijk waren, want dat was reeds bij Aristoteles bekend. Volgens hem verschilden de elementen niet van elkaar in stof, maar in eigenschappen. Met het veranderen van de eigenschappen veranderde ook de stof. Daarom gingen de Alchemisten uit van overgang van de ene stof in een andere, zoals bij onedel metaal in edel metaal. Een volledig onjuiste interpretatie, maar wel een waarin de essentie van het transformatiesysteem volgens het octaaf nog doorklinkt!

Een codering voor de aard van het Universum dat sterk lijkt op die van de Enneasteen is gehanteerd door G.I Gurdjieff, de grondlegger van de Vierde Weg en de bron van het Enneagram in onze tijd. We bespraken hem in hoofdstuk 6.1. We noemen hier zijn codering, het Systeem der Waterstoffen, omdat het onmogelijk zou zijn geweest de Enneasteen te construeren zonder de door hem overgeleverde kennis. Het systeem van de Waterstoffen is overgeleverd via Ouspensky, in het boek “Op zoek naar het wonderbaarlijke” [24]. In bijlage 9 geven we een vergelijk met het systeem van de Enneasteen en tonen we de fouten die in het systeem der waterstoffen geslopen zijn.

11.5         Alles heeft zijn eigen schaal en tijd

De tabel met de transformaties volgens het octaaf, tabel 11.4, eindigt met “Etcetera”. Dit betekent dat het systeem zichzelf herhaalt. Elke Do aan het einde van een octaaf is het begin van een nieuw octaaf. En elke tussenliggende noot is op zichzelf ook weer de start-Do van een ander octaaf. Dit geheel explodeert dus enorm snel. Alléén de allereerste Do is zuiver en komt voort uit het Absolute. Alle andere Do’s bouwen voort op dat wat er al is. De explosie van octaven die in verband met elkaar staan is in de oudheid de muziek der sferen genoemd.

Elk onderdeel, groot (makrokosmos) of klein (microkosmos), ondergaat de zelfde wetten van de Schepping, maar wel rekening houdend met de voorafgaande producten. Hierin zijn de principes steeds gelijkvormig, maar is de snelheid waarin het proces zich voltrekt afhankelijk van de schaal. De periode waarin de Zon om het middelpunt van de melkweg draait is erg lang, maar vormt wellicht maar één zonnedag voor de Zon zelf. Dit past op de lange levensduur van de Zon. Een dag voor het leven op de Aarde als totaal is wellicht een periode van 25.920 jaar, de tijd die de Aarde nodig heeft om op de zelfde positie te komen ten opzichte van de sterren. Een dag voor een specifieke dynastie van koningen is wellicht een regeerperiode van een jaar, en de individuele mens heeft een dag van 24 uur. Ook het scheppingsproces heeft verschillende schalen. De schepping van de onbalans in energie heeft zijn eigen schaal, en de evolutie van het Universum als totaliteit een andere. Alles heeft dus zijn eigen tijd. Dit is de Wet van Schaal. Nu kunnen we de stappen in het scheppingsproces ook dagen noemen. Zo krijgen de dagen in het Bijbelse Genesis een andere betekenis. Het is overigens bij goed lezen van Genesis ook helder dat geen dagen van 24 uur bedoeld worden, zoals bij zonsondergang tot zonsondergang. Er was al een eerste dag voordat de Zon bestond.

De hiërarchie van het scheppingsproces kan toegelicht worden aan de hand van de mens. Er is een scheppingsproces van de elementen waar de mens uit bestaat, maar ook van de structuren die ten grondslag liggen aan onze DNA (evolutie naar de mens) en van de menselijke soort (evolutie van de mens). Verder is er een scheppingsproces van onze cultuur en de onderliggende structuur daarvan, en van ons persoonlijke leven. Tot slot kunnen we op talloze manieren zelf scheppen en maken we onderdeel uit van scheppingsprocessen van anderen en van de Aarde, natuur en kennis.

Dit betekent dat een scheppingsproces altijd rekening moet houden met de beginomstandigheden en bestaande omgevingsfactoren, waardoor alles met elkaar verbonden is. Deze verbindingen worden gelegd via de impulsen op 3), 6) en 9). Dit is de Wet van Wederzijdse beïnvloeding. We zijn in die zin weer terug bij de Wet van Een: feitelijk is elk apart zichtbaar aspect slechts een fixatie van een subset van alle mogelijkheden. De wet van Schaal en de daaraan gekoppelde Wet van Wederzijdse beïnvloeding zijn afgeleide wetten voortkomend uit de Wetten van Een, Drie en Zeven.

We kunnen op allerlei manieren spelen met de Tetractys als basisfiguur. Figuur 11.5a geeft een vereenvoudigd artistiek voorbeeld van de Wet van Schaal in een platte weergave. Links wordt vanuit de Tetractys A1 Lucht geproduceerd, vanuit A2 Water, vanuit A3 Vuur en vanuit A4 Aarde. A1 tot en met A4 komen voort uit een bovenliggende Tetractys. Op punt 6) vormt zich hier het element Aarde ofwel het resultaat als uitgaande impuls. Deze wordt opgenomen door punt 3). Als we deze punten met elkaar verbinden dan vormen ze een cirkel. We zijn zo weer bij figuur 8.1b (een stip in een cirkel) beland. De toepassing op 7) van A1 staat in relatie met het plan op 2) van A2.

Rechts is een artistiek voorbeeld van een mogelijke uitwerking van A1 Lucht te zien. De “mentale ontwikkeling”, ofwel de productie van de beelden en wetten, loopt in dit voorbeeld via de aaneenschakeling van 3) en 9). De productie van de uiterlijke wereld, de “fysieke ontwikkeling”, verloopt dan via aaneenschakeling van 3) en 6), de basis van de driehoeken. Het fysieke resultaat op 6) van elke procesdriehoek is ingrediënt op 3) van het volgende proces. En tot slot ontwikkelt zich een weg terug, de “impressie ontwikkeling” via aaneenschakeling van 9) aan 6). De bovenste Tetractys is de 6e dimensie. De tweede laag vormt dan de 5e dimensie, en de derde laag vormt dan de 4e dimensie (de tijd die wij ervaren). De gehele constructie van A1 tot en met A4 vormt een pyramide. De andere drie dimensies vormen in een soortgelijke systematiek ook een pyramide. Deze kan met wat fantasie na omkering (punt naar beneden) tegen de onderkant geplaatst worden. Zo verkrijgen we een Enneasteen, met aan de bovenkant de tijd en aan de onderkant ruimte. We hebben in de Wet van Schaal aan de bovenkant drie ketens verkregen: 363534, 646464 en 949596. Het getal 666 wijst hierbij op de fysieke driedimensionale mens in de normale tijd. We komen hier nog op terug in hoofdstuk 18 via een toelichting op de tekst Openbaring 13, waar dit “Getal van het Beest” in voorkomt.

Figuur 11.5a: Wet van schaal volgens Tetractys (JG)

We zien nu de aard van het procesmodel, het Enneagram en de Tetractys boven komen:

# ‎11‑2 De Enneasteen is een model van het Universum. Dit Universum is een transformatiefabriek. Vanuit een hogere vorm van bewustzijn wordt via het produceren van “ER-IS” ervaring mogelijk gemaakt en dus IK-BEN gegenereerd.

Het Bijbelse woord Jahwe of Jehovah is hiermee in lijn en betekent “IK BEN” en tegelijk “ER IS”.

Zoeklicht op Karl Gustaf Jung en de vier elementen Figuur 11.5a beeldt de Wet van Schaal uit op basis van de tweedimensionale (platte) Tetractys. Maar de Enneasteen is driedimensionaal. Een van de mogelijke driedimensionale weergaven ziet eruit als een octaëder in een kubus in een octaëder in een kubus enzovoorts. Als we dit geheel weer plat weergeven dan verkrijgen we een mandala zoals in figuur 11.5b. Deze mandala is terug te vinden bij de gerenommeerde psycholoog Karl Gustaf Jung. Hij noemde het een uitdrukking van het oneindige Universum. Maar Jung kende de volledige architectuur van de Enneasteen niet. Jung heeft gestudeerd bij de psycholoog Freud, maar brak later met de methode van Freud. Jung heeft een psychologisch systeem achtergelaten waarin mensen ingedeeld kunnen worden in verschillende typen. Hij onderscheidt:

Het gewaarwordingstype (Aarde)
Het gevoelstype (Water)
Het intuitieve type (Vuur)
Het denktype (Lucht)

Tabel 11.5: Typen K.G. Jung

Vervolgens heeft hij een verdere opsplitsing van de types gemaakt via het kenmerk extravert en introvert. Dit geheel lijkt sterk op het systeem van de Enneatypes en de astrologie. Hij heeft zich dan ook sterk verdiept in oude Gnostische geschriften en esoterische tradities. Veel mensen wijzen de Enneatypes af als niet wetenschappelijk, en beroepen zich geheel op wetenschappelijke modellen vanuit de moderne psychologie (Myer-Briggs). De moderne psychologie is echter sterk beïnvloed door Jung, en overvleugelt zelfs de invloed van Freud. De psychologie kan niet los gezien worden van de zin van het leven, de bron van onze verlangens en de rol van de mens in de schepping. Een juiste psychologie is dus alleen met kennis van de principes van het Universum te construeren. En Jung wist dat.
Figuur 11.5b: Mandala van de Wet van Schaal

11.6         Scheppingsstraal van Gurdjieff

Een aan de Wet van Schaal verwant systeem is Gurdjieff’s specifieke Scheppingsstraal[24]. De Scheppingsstraal is een nadere invulling van de Wet van Schaal en het scheppingsproces. Deze is dus in lijn met de Enneasteen. We hebben echter geen andere bronnen waarmee we kunnen toetsen of de details volledig correct zijn. Daarom moeten we vooralsnog voorzichtig zijn met verdere conclusies. Het systeem kan wel meer inzicht opleveren in de aard van het Universum zoals gezien door de leermeesters van Gurdjieff. Volgens de Scheppingsstraal zijn er negen schalen te onderkennen, die te plaatsen zijn in de Enneasteen. Deze zijn als volgt:

0, Do (de allerhoogste toon)

1, Si, Alle melkwegen,

2, La, Alle zonnen

3: Wil

4, Sol, Zon

5, Fa, Alle planeten

6: Leven

7, Mi, Aarde

8, Re, Maan

9, Do (grondtoon)

Tabel 11.6: Scheppingsstraal van Gurdjieff (gecorrigeerd)

Volgens de Wet van Schaal geldt: hoe “later” een onderdeel van de schepping zich volgens het dalend octaaf heeft ontwikkeld, hoe meer onderdelen die al eerder waren ontstaan invloed hierop uitoefenen. De planeten “leven” dus volgens de wetten van de Zon en de voorliggende hemellichamen. Maar de Zon leeft niet volgens de wetten van de planeten. Om de scheppingsstraal te doorgronden voeren we een controle uit op de logica ervan.

Het Absolute en Kracht als impuls op 9)

Wij hebben twee posities die voor het Absolute in aanmerking komen door ontdekking van het tiende punt. Dit zijn de 0) en de 9). Deze punten lijken op elkaar omdat ze beide neutraal zijn (zie figuur 9.2) maar hebben een verschillende natuur. We hebben eerder vastgesteld dat vanuit het Absolute drie krachten zijn voortgekomen, de beginsels Kracht en vervolgens Scheppen en Binden. Punt 0) vormt het Absolute. Kracht is gelijk aan alles tezamen wat daaruit voort komt, te weten 1) tot en met 8), en draagt dus ook de twee andere beginsels in zich. Dit is 9).

Het leven als impuls op 6)

We hebben nu begin en eind goed geplaatst. Maar we hebben ook nog de impulsen Scheppen op 3) en Binden op 6). Wat is in de scheppingsstraal de betekenis van deze impulsen? Het verschil tussen de Aarde op 7) en de planeten op 5) is het leven dat alleen op Aarde bestaat. Volgens Gurdjieff is het leven op Aarde in de scheppingsstraal de impuls op 6). Maar dan kan de “Aarde” die in het overzicht op 7) staat niet de fysieke planeet Aarde zijn, want dan zou eerst het leven er zijn en dan de Aarde.

De gedachte dat punt 7) de fysieke Aarde is blijkt een valkuil te zijn. Maar waar moeten we de planeet Aarde dan plaatsen? Dit is opgelost als we bedenken dat de Aarde ook onderdeel is van de planeten die op 5) staan. De Aarde die vooraf gaat aan het leven is gewoon een van de planeten. In dat geval is de fysieke Aarde er eerst en komt vervolgens het leven op 6), iets dat we kunnen beamen. De “Aarde” van punt 7) zou dan symbool zijn voor het werkterrein van het leven. We kunnen dit koppelen met het werkwoord “toepassen”, de betekenis van punt 7). De Maan staat in het model op 8). Welke betekenis heeft deze Maan? Als dit de fysieke Maan zou zijn dan is hetgeen we net hebben gezegd over de Aarde onjuist. Maar als we dit koppelen aan de betekenis van punt 8) dan komen we op beleven, evalueren, emotie. De koppeling tussen Maan en emotie als drijvende kracht wordt in vele stelsels gelegd. Dit blijkt dus te passen. Deze logica staat overigens los van de logica die de Maan op punt 3 plaatst als symbool van de Griekse godin Artemis.

De Wil als impuls op 3)

Volgens Gurdjieff zou de Wil van het Absolute de impuls op 3) zijn. We herkennen hierin de positionering van het Onze Vader, met op 3) het Koninkrijk en op 4) Uw Wil geschiede. Met enige fantasie moet die Wil dan wel eerder ingebracht zijn, op 3), door de Heilige Geest. Maar waarom staat de Wil tussen alle zonnen en de Zon in? We kunnen aannemen dat voor het onstaan van de planeet Aarde waarop leven mogelijk is specifieke eigenschappen van het zonnestelsel nodig zijn. Om deze uitzonderlijke situatie te veroorzaken is de Wil nodig. Bij toepassing van de Scheppingsstraal van Gurdjieff komen we in aannames en overwegingen terecht die we maar beperkt kunnen toetsen, behalve dan in de logica van het systeem zelf. We hebben dit gelukkig niet nodig voor verdere afleidingen.