12 Aards goud maken

Deel 6

“Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”

Mattheüs 6 vers 21

Eeuwen zijn Magiërs op zoek geweest naar de Steen der Wijzen. Deze steen  zou de kennis geven om goud te maken uit onedele metalen. De Enneasteen kan inderdaad gebruikt worden voor het maken van goud. Maar net als het symbolisch zijn van de vier elementen is dit goud ook symbolisch. Het staat echter wél voor werkelijk succes.

Er zijn twee vormen van goud: aards en hemels goud. De vorm die we hier behandelen is het goud van deze wereld, de wereld van de verschijnselen. Het gaat dan om het succesvol bereiken van een gewenst resultaat. En dus ook om het verwerven van geld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het dalende octaaf, dat we eerder tegen kwamen bij het scheppen van het Universum. We ontdekken dat het octaaf ons de formule levert voor het passeren van een zevental poorten. De logica die we daarbij hanteren is controleerbaar, eenvoudig en praktisch.

Figuur 12: Op zoek naar de Steen der Wijzen, Pieter Breugel 16e eeuw

12.1         Het effectief bereiken van resultaten

De processen die plaatsvinden in het Universum verlopen wetmatig. De kern van alle processen is het scheppingsproces. We kunnen ons bewust zijn van alle stappen in een proces, of soms maar een deel opgemerkt hebben, maar elk proces dat een resultaat creëert dat overeenkomt met de oorspronkelijke wens verloopt volgens het scheppingsproces. Het bouwen van een huis, het opzetten van een bedrijf, het maken van een schilderij, het bouwen van een computernetwerk. Dus ook het bakken van brood, dat we hier als voorbeeld nemen. In zijn algemeenheid geldt:

# ‎12‑1 Het universele scheppingsproces is een proces dat betrouwbaar leidt tot realisatie van een vooraf gestelde wens.

Dit is de reden dat er tegenwoordig steeds meer consultants en adviesbureau’s zijn die gebruik maken van het Enneagram. Feitelijk gaat het hier om een uitwerking van het procesmodel zoals verwoord in hoofdstuk 10.1.

Het bakken van brood

Het bakken van brood is een proces dat een extern en een intern proces kent. In de wereld der verschijnselen doorlopen we de externe volgorde, dus start bij 9) en dan via 1-2-3-4-5-6-7-8 terug bij 9). We verkrijgen de volgende stappen (zie figuur 12.1a):

9) Verlangen: honger

1) Beeld van brood: bruinbrood

2) Recept

3) Ingrediënten: boodschappen doen

4) Kneden en vormen

5) In de oven bakken

6) Oplevering: brood

7) Snijden en opdienen

8) Proeven en beoordelen

Figuur 12.1a: Brood bakken (extern proces) (JG)

Nu kunnen we eenvoudig zien dat als er géén goede ingrediënten worden ingebracht vanuit een ander proces, te weten boodschappen doen, het onmogelijk is om van 2) naar 4) te gaan. Punt 4) zelf is een lastige stap. Daar moeten we deeg kneden, krijgen we vieze handen en kunnen we in de klodder deeg absoluut nog geen brood herkennen. Verder is duidelijk dat als de oven zijn werk niet goed kan doen er nooit sprake zal zijn van opleveren van brood. We krijgen ofwel een half gaar brood als resultaat ofwel we hebben een verkoolde klomp.

Het principe van het complete procesmodel

Volgens het interne proces, dus volgens de volgorde 1-4-2-8-5-7, kunnen we achterhalen hoe we kunnen garanderen dat het eindresultaat overeenkomt met het verlangen. We leggen nu dus het accent op de binnenlijnen:

Figuur 12.1b: Brood bakken (intern proces) (JG)

In hoofdstuk 9 is de basismethode voor het doorlopen van het proces gegeven, maar dit is een vereenvoudigde vorm. Het complete systeem voor een dalend octaaf is iets uitgebreider. Voor elke overgang is steeds een reeks vereist met het patroon 1-4-2-8-5-7-1:

Stap 1) naar 2): 1-4-2

Stap 2) via 3) naar 4): 2-8-5-7-1-4

stap 4) naar 5): 4-2-8-5,

Stap 5) via 6) naar 7): 5-7

Stap 7) naar 8): 7-1-4-2-8

We hebben voor een eenvoudig proces als brood bakken dus een behoorlijk lange totaalreeks verkregen. We doorlopen de reeks drie keer! Bij elke stap kan er iets mis gaan. De kunst is om aandacht te schenken aan elke stap, om zo te garanderen dat het proces goed zal verlopen. Gelukkig worden veel processen herhaald en zijn dus al bekend, zodat veel stappen impliciet genomen worden. Maar voor een totaal nieuwe situatie moeten we ze allemaal doorlopen.

Het principe is eenvoudig: elke tussenstap levert een vraag op die goed beantwoord dient te worden. Zo worden poorten naar de volgende fase gevormd, waarbij bij elke poort een of meer vragen moeten worden beantwoord. De aard van de vragen wordt bepaald door de positie van de tussenstap in de Enneasteen, en de plek waar we uit willen komen. Allereerst groeperen we de punten in de Enneasteen in drie groepen: Mentaal, fysiek en emotioneel (zie figuur 12.1c). We komen deze verdeling nog tegen in de verdere hoofdstukken. Hier bepaalt het de aard van de vragen die we moeten stellen.

Figuur 12.1c: Verdeling in mentaal, fysiek en emotioneel (JG)

We starten bij 1), en de eerste vraag is of dit wel de juiste status heeft:

  1. Is dit brood echt wat je wilt?

Vraag A) gaat over de manier waarop we het verlangen willen invullen. Het bakken van brood is namelijk een ánder proces dan het bakken van cake. Als we dit niet helder hebben dan moeten we terug naar punt 9) en kijken of er een manier is om het verlangen in te vullen. Voor de overgang van 1) naar 2) loopt de reeks volgens 1-4-2-8-5-7 van 1) via 4) naar 2). We moeten dus eerst van 1) naar 4). Onderweg komen we de invloed van de 3) tegen. Punt 4) gaat over iets bewerken, zonder dat de uitkomst al zichtbaar is, en bevindt zich op de fysieke lijn, en punt 3) gaat over investeren. De vraag heeft dus betrekking op de bereidheid fysiek te investeren. De tweede vraag is nu te construeren.

  • Zijn we bereid om straks een vieze keuken te accepteren, ingrediënten te investeren, en heb je nu de mogelijkheid werk te verzetten en te investeren om een recept te maken?

Laten we aannemen dat we bereid zijn om werk te verzetten. Dan is de volgende stap de overgang van 4) via 3) naar 2). De vraag gaat over het mentale punt 2), het maken van een recept en onderweg komen we nu weer de invloed van 3), dus investeren tegen.

  • Is de investering in het verkrijgen van het recept het je waard?

Als we een speciaal soort brood hadden gekozen, maar we hebben het recept hiervoor niet beschikbaar en we willen geen moeite doen dit te achterhalen, of het verkrijgen wordt ons te duur, dan kunnen we niet van 1) naar 2) en zullen we ons beeld van het gewenste brood moeten aanpassen! Zo hebben we voor de overgang van 1) naar 2) drie vragen gekregen die aan de poort beantwoord dienen te worden. Voor eenvoudige processen die we al eerder hebben gedaan en waarbij we veel stappen impliciet kunnen zetten voldoet het model van hoofdstuk 10.1.

12.2         De zeven poorten naar opheffen van het verlangen

Nu we het principe van het formuleren van de vragen hebben behandeld kunnen we al de vragen (totaal 24) op een rij zetten en zo een recept voor “goud” formuleren. Uiteraard zijn de exacte vragen steeds afhankelijk van het betreffende proces, maar de elementen kunnen we generiek benoemen.

Om de lezer in staat te stellen de logica te controleren en zelf vragen te formuleren voor een gekozen proces zijn in bijlage 10 aan de vragen ook de declaraties toegevoegd.

Poort 1: van rust (9) naar beeld (1)

X) Wat is je echte verlangen, waar komt je onrust vandaan? Wat kan dat bevredigen?

Resultaat: een beeld vanuit het verlangen

Poort 2: van beeld (1) naar blauwdruk (2), volgorde: (1-(3)-4-(3)-2)

A) “wil je dit echt?”

B)  “ben je bereid het nodige werk te doen, ingrediënten aan te schaffen en heb je concreet nu de investeringsmogelijkheden voor het maken van een plan?”

C) “Vind je het het waard te investeren in maken van een plan? Zo ja investeer en maak het plan.”

Resultaat: een plan.

Poort 3: van plan (2) naar bouw (4), volgorde: (2-8-5-7-1-(3)-4)

D) “snap je dit plan om te gaan formeren?”

E)  “ben je blij met het plan om te gaan formeren?

F)  “Welke evaluatie-eisen stel je aan het formeren?”

G) “Hoe meet je dat het halffabricaat inzetbaar is? ”

H) “Is het plan uitvoerbaar?”

I)  “investeringsvraag: zijn de ingrediënten er? Zo ja, breng ze in en formeer!”

Resultaat: een geformeerd halffabricaat.

 

Poort 4: van formeren (4) naar fixeren (5), volgorde: (4-(3)-2-8-5)

K)  “Ben je klaar om te gaan fixeren?”

L)  “Heb je als ingrediënt het geplande halffabricaat?”

M) “Ben je tevreden met het fixatieproces?”

N) “Werkt het fixatieproces ? Druk, tijd, temperatuur?”

Resultaat: een halffabricaat dat gefixeerd wordt.

Poort 5: van fixeren (5) naar toepassen (7), volgorde: (5-(6)-7)

O)  “Loopt het fixatieproces? Kun je loslaten?”

P)  “Is het fixatieproces klaar?”

Q) “Voelt het eindresultaat goed? Zo ja: pas toe!”

Resultaat: Een toegepast eindproduct

Poort 6: van toepassen (7) naar evalueren (8), volgorde: (7-1-(3)-4-(3)-2-8)

R) ”Is de toepassing zoals je wilde?”

S)  “Is dit wat je aan het begin bedacht had?”

T)  “Is de investering passend bij het beeld?”

U)  “Is de investering in het werk volgens plan?”

V)  “Is dit waar je voor wilde werken? Heeft het plan gewerkt? Ben je tevreden over het realiseren van het beeld?”

Resultaat: een evaluatie

Poort 7: van evalueren naar volbrengen

W): “Is het verlangen vervuld?  Zo ja, rust, anders naar 1”

Resultaat: een vervuld verlangen

12.3         Toepassing van het dalende octaaf

Nu we gedefinieerd hebben wat de poorten zijn die we door moeten om “goud van deze wereld” te maken komen we op het belangrijkste aspect van de toepassing van het dalende octaaf. Dit zijn de drie kernvragen:

  1. Welke processen kunnen we onderscheiden?
  2. Welke onderlinge relaties tussen deze processen bestaan er via koppeling van ingrediënten, producten en verlangens?
  3. In welke fase bevindt elk proces zich?

Vanuit het beantwoorden van deze drie vragen kan een diagnose worden gesteld en kan een dusdanige maatregel worden getroffen dat elk proces weer op de rit te krijgen is. De toepassing hiervan is wijdverspreid in het bedrijfsleven, waarbij vooral innovatie en projectmanagement veel profijt hebben van deze kennis. Maar zoals gezegd werkt deze toepassing voor elk proces. Er is nog een verdere precisie toe te voegen aan het procesmodel zoals hier weergegeven, als we de kennis hanteren die we in hoofdstuk 14 toevoegen.  Het betreft dan de betekenis van de Zodiac op de tussenlijnen. Zo zullen we nog zien dat tussen 1) en 4) de tekens Stier en Tweeling geplaatst kunnen worden. Stier komt overeen met de betekenis van de huidige poort 2, maar Tweeling voegt de benodigde communicatie hierover toe. Omdat de tekens nog niet nauwkeurig omschreven zijn door fouten in het verleden wachten we op het herstellen hiervan vanuit het totale systeem voordat we ervoor kiezen deze toe te voegen. 

Er is bij toepassing van het dalend octaaf en het maken van goud uiteindelijk een kernboodschap die steeds prominenter wordt naarmate de uitwerking completer wordt. Elk proces dat tot doel heeft een verlangen “in te lossen” alsof het een schuld is, is onderdeel van een groter proces met een zuiverder verlangen. Verder komt elk groter proces uiteindelijk dichter bij de wezensvragen, de zin van ons leven, de zin van het leven, de zin van het bestaan van het Universum en de aard van het Universum. En als we (uiteindelijk) bij die laatste vragen zijn uitgekomen dan kunnen we alleen nog aan de slag gaan met het stijgende octaaf. Dat octaaf gaat over goud van echte en blijvende waarde. Daarmee is de weg die naar die laatste vragen heeft geleid overigens niet voor niets geweest. Augustinus zei het als volgt:

“Het brood zou niet smaken, indien niet de honger voorafging”

# ‎12‑2. Door blijven vragen over de wezensvragen en zoeken naar betekenis zet uiteindelijk het verlangen naar goud van deze wereld om in het aanmaken van goud in een andere wereld. We verkrijgen een volledige omkering!