13 Moderne chemie, mineralogie en Plato

Nu we de structuur van de Enneasteen en zijn relatie met het octaaf kennen is het goed om als tussenstop de verbinding te zoeken met de wetenschap. Zo kunnen we vaststellen of we goed op weg zijn met het ontdekken van de betekenis van de Steen der Wijzen. Eerder legden we al een relatie tussen het muziekoctaaf en de opbouw van het licht. Er zijn als we wit mee rekenen zeven kleuren. Maar kleuren kunnen we wellicht nog subjectief noemen. De fysische kenmerken van de chemische elementen uit de scheikunde zijn nog een stuk concreter. Ook de structuur waarin de chemische elementen geplaatst worden, het periodieke systeem der elementen, komt overeen met het octaaf.

Vervolgens blijkt de architectuur van alle kristallen in de mineralogie geheel gebaseerd te zijn op de kubus. Vanuit de mineralogie kunnen we een prachtige verbinding maken met de vijf elementen van Plato. Via zijn leer ontdekken we een rechtstreekse verbinding tussen de rationele getallen en de irrationele getallen. De irrationele getallen zijn getallen met een grillig en oneindig patroon van cijfers achter de komma, zoals π=3,1415926.. en Ф=1,618033.. . Ze beheersen belangrijke patronen in de levende natuur, zoals spiralen en de groei van planten. Via Plato ontdekken we ook een relatie tussen Enneasteen en de astronomie en astrologie.

13.1         Periodieke systeem der elementen

De scheikunde rangschikt alle chemische stoffen in het periodieke systeem der elementen. Dit systeem maakte oorspronkelijk onderscheid tussen verschillend atoomgewicht. Als elementen volgens atoomgewicht gerangschikt worden dan vormen deze steeds reeksen van zeven elementen die allen vergelijkbare eigenschappen vertonen. Later heeft men gekozen voor een indeling volgens de kernlading, die vrijwel het zelfde oplevert. Er zijn zeven verschillende perioden die elk afgesloten worden door een edelgas. Het aantal van zeven perioden hangt samen met het aantal electronenschillen dat maximal om de kern kan draaiën. Elke schil kan weer een maximum aantal electronen bevatten. Hoe verder van de kern verwijderd, hoe meer electronen daarin passen. De reeksen van chemische elementen vormen de octaven van de chemie.

Een periode is opgebouwd uit achttien (drie maal zes) kolommen. Van alle elementen die in het zonnestelsel bestaan zijn er precies 81 stabiel. De overigen (met name in periode 7) bestaan niet, kunnen alleen in laboratoria gemaakt worden of vallen na een tijd uiteen. Dit getal 81 (9×9) is een bijzonder getal, omdat het ook voort komt uit de leer van Pythagoras. Volgens het boek De harmonia mundi van Francesco Giorgi (1525) was 81 het hoofdgetal van een reeks cijfers die samen het getal van de harmonie van het Universum ofwel λ (lambda) vormden. Plato gebruikte de λ om toonladders mee te verklaren. De quantummechanica heeft inmiddels aangetoond dat het geheel van kernen en electronen op zichzelf weer een hele wereld van schijnbare deeltjes bevat. Deze deeltjes hebben de meest onvoorstelbare kenmerken. Zo bestaan deze deeltjes alleen als ze door een waarnemer bekeken worden. Anders zijn ze een golffunctie. En als twee kleine deeltjes met elkaar in aanraking gekomen zijn (verstrengeld) dan vertonen ze voortaan een gedrag alsof ze een eenheid vormen, ook als ze ver van elkaar verwijderd zijn. Als er eenmaal een verbintenis aangegaan is dan wordt die niet meer verbroken. Omdat de theorie van de oerknal ons vertelt dat alle deeltjes ooit uit één knal voort zijn gekomen zouden alle deeltjes een eenheid vormen. Dit is de Wet van Een! De wereld van de kleinste deeltjes is een schijnbare wereld van energiedeeltjes die hun positie innemen als er een waarnemer is. De moderne wetenschap is nauw verbonden met de Wet van Een, Drie en Zeven, voortkomend uit het Absolute.

Figuur 13.1: Periodiek systeem der elementen

13.2         Kubus

Alle elementen in het periodieke systeem hebben een specifieke relatie tot de architectuur van de kubus. De atoomstructuur is steeds op een specifieke manier in een kubus te plaatsen. De kubus is dus een bijzondere vorm. Ze vormt de grondtoon van alle kristalstelsels. Een stof die bij kristallisatie een zuivere kubusvorm heeft kent een specifieke stapeling van atomen, de zogenaamde kubisch dichtste stapeling. In deze stapeling omringen zes bollen een centrale bol in het middenvlak, en hierboven en onder zijn nog drie bollen te vinden. Als we die op elkaar plaatsen dan krijgen we de basis van een kubus en de octaëder (zie figuur 13.2). In de linker structuur herkennen we de Wet van Zeven, en in de middelste de Wet van Drie. Rechts herkennen we van boven gezien de structuur van de Tetractys.

Figuur 13.2: Atoomstructuur kubisch dichte stapeling (JG)

13.3         De zeven kristalstelsels

Eerder hebben we gezien dat de kubus drie basis-assen kent: lengte, breedte en hoogte. Als we de hoek tussen deze assen veranderen dan vormen zich andere kristalstructuren. In de natuur vinden we zes kristalstructuren die voortkomen uit de zevende: de kubus. Samen vormen ze het octaaf der kristalstelsels. In figuur 13.3 zijn de zeven kristalstelsels weergegeven.

Figuur 13.3: De zeven kristalstelsels uit de mineralogi

De bekendste vertegenwoordigers van de kubus zijn goud, zout en diamant. Enkele vertegenwoordigers van de zes andere kristalstelsels:

Triklien:                                 Rhodoniet, Albiet;

Monoklien:                             Hoornblende, Augiet;

Orthorombisch:                      Olivijn, Bariet;

Hexagonaal:                           Kwarts (Amethyst, Bergkristal), Apatiet;

Trigonaal:                               Kalkspaat (Calciet), Toermalijn;

Tetragonaal:                           Apofylliet, Zirkoon

13.4         Terug naar de oudheid: De vijf elementen van Plato

We kunnen uit een kubus een octaëder maken, en uit een octaëder een kubus. Als we de punten van de octaëder aftoppen , dan vormt zich in een aantal stappen een icosaëder. Als we nog verder gaan dan ontstaat uiteindelijk een dodecaëder. Vervolgens kunnen we verder gaan via het aftoppen van de ribben. Het resultaat is dan de kubus. In onderstaande figuur zijn de Octaëder, icosaëder en dodecaëder afgebeeld.

Figuur 13.4a: Octaëder, icosaëder en dodecaëder ( K. André)

De dodecaëder is de tussenvorm van kubus en octaëder. Wat bijzonder is aan de dodecaëder is haar basisvorm, namelijk een vijfpuntig vlak. De verhoudingen van de stervorm in dit vlak, het pentagram, zijn gelijk aan de Gulden Snede, met als symbool Ф. Het getal Ф (1, 6180339…) is niet rationeel. Dit betekent dat er geen vast patroon van getallen achter de komma te vinden is. Maar Ф is wel logisch opgebouwd: Fabionacci ontdekte een logische reeks getallen die de grondslag van Ф vormen. In 1753 ontdekte Robert Simson dat de groei van bladeren van veel planten volgens de verhouding Ф verloopt. Zelfs het aantal bloemen dat gevormd wordt verloopt volgens Ф. Ook een spiraalvormig slakkenhuis is hierop gebaseerd.

# ‎13‑1 We hebben met de Enneasteen een stelsel dat het regelmatige vierkant, de ster met zes punten en de vijfpuntige ster met de irrationele getallen van de Gulden Snede en Fabionacci in zich draagt!

Door het bekijken van de verschillende vormen van de kubus krijgen we een relatie met Plato. Plato heeft vijf regelmatige lichamen genoemd: de Platonische lichamen. De lichamen bestaan geheel uit aaneenschakelingen van één veelhoek. Deze Platonische lichamen zijn gekoppeld aan de vier elementen aangevuld met het vijfde element Ether volgens onderstaande figuur 13.4b. De verschillende vormen zijn feitelijk verschillende nadrukken die zijn gelegd op de Wet van Drie of Wet van Zeven. De octaëder vertegenwoordigt het element Lucht. De icosaëder vertegenwoordigt Water. De tetraëder vertegenwoordigt Vuur. En tot slot vormt de kubus het element Aarde, de basis van alle kristalstelsels. De tussenvorm van kubus en octaëder is zoals we gezien hebben de dodecaëder. Pythagoras en zijn navolger Plato koppelen de twaalf Zodiac tekens (sterrebeelden) aan de dodecaëder. In figuur 13.4b wordt de octaëder, symbool van het element Ether, als representant van het Universum gezien. Wij koppelden eerder het element Ether aan de eerste Do vanuit het Absolute. De relatie tussen dodecaëder en de Zodiac vormt de opmaat naar de verbinding tussen de Enneasteen en de astronomie en astrologie. Dit onderwerp zullen we in hoofdstuk 14 uitdiepen.

   Figuur 13.4b: De vijf elementen van Plato

Uit de leer van Plato is uiteindelijk het Neo-Platonisme voort gekomen. De grondlegger hiervan, Plotinus, leefde van 205 tot 270 na Christus en was de laatste Romeinse denker. Hij heeft zijn ideeën vastgelegd in zes boeken met elk negen hoofdstukken onder de titel Enneaden. Zijn denken verbindt mystiek met praktijk en heeft vele relaties met het Christendom en met de Enneasteen. Zo geloofde hij in de drie-eenheid van het Ene, het intellect en de ziel. Hierin is overigens wel een zekere volgordelijkheid te herkennen: het Ene gaat vooraf aan het intellect (Sophia?) en het intellect gaat vooraf aan de ziel. In het Christendom worden de drie delen van de drie-eenheid echter als drie facetten van het Ene gezien. Feitelijk is dit weer een voorbeeld van verschil in perspectief, net zoals we al zagen in Genesis tussen het tijdsperspectief, het hiërarchische perspectief en het beeld dat uiteindelijk alles één is. Dit inzicht overbrugt met wat goede wil de tweespalt tussen Christenen en Moslims die de drie-eenheid ontkennen. De kritiek van Plotinus op Gnostische tijdgenoten kwam erop neer dat hij ze arrogant vond in hun claim dat zij zonen van God waren en anderen niet. Hij vond dat ze zich te veel richtten op het leven in het hiernamaals en de schepping onterecht als minderwaardig beschouwden. Maar verder beschouwde hij ze als zijn vrienden. Tijd bestaat volgens Plotinus omdat de mens niet in staat is het goddelijke in een keer te bevatten. Ik beschouw Plotinus als een voorbeeld van hoe bepaalde denkbeelden door de eeuwen heen steeds weer in soortgelijke vormen boven komen. In het licht van de Enneasteen zijn de kennis en de denkbeelden van de mens vanuit de vierde dimensie gezien het gevolg van hetgeen door voorgangers werd gedacht. Tegelijk zijn ze vanuit een hogere dimensie gezien een directe glimp van het Absolute, al dan niet versimpeld, gecorrumpeerd of incomplete vanwege de beperktheid van de onvolkomen mens.